Persbericht 11 mei 2016

U bent hier: Home » Persbericht 11 mei 2016

Persbericht

Vandaag heeft mr. Franken aan Willem Holleeder en daarna aan de rechtbank en het openbaar ministerie medegedeeld dat hij de verdediging in de zaak Vandros neerlegt. Ook mr. Zuur en mr. Buruma, die in deze zaak eveneens als raadslieden optraden, hebben de verdediging neergelegd.

Aan die beslissing ligt een advies van de Deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten ten grondslag. Aan de Deken was reeds door mr. Franken in april 2015 advies gevraagd. Toen bestonden volgens de Deken geen bezwaren tegen de rechtsbijstand van mr. Franken aan Willem Holleeder. Ook na een publicatie in De Volkskrant over de rol van mr. Franken als raadsman van Willem Holleeder, enkele weken geleden, bestonden naar het oordeel van de Deken geen bezwaren. Dat advies is echter veranderd na de tuchtklachten die namens mevrouw Den Hartog en mevrouw Sonja Holleeder zijn ingediend. Om dat advies is (wederom) gevraagd in een gesprek dat mr. Franken, mr. Zuur en mr. Buruma op 6 mei jongstleden met de Deken en met de portefeuillehouder strafrecht van de Amsterdamse Raad van Toezicht hadden. Dat gesprek vond op verzoek van de raadslieden plaats. Dat mr. Franken ter verantwoording is geroepen, zoals wel is gesteld, is nonsens.

De argumenten die de Deken aan zijn advies ten grondslag heeft gelegd, hebben de raadslieden niet overtuigd. De pijn zit volgens de Deken in de rechtsbijstand die mr. Franken enige tijd aan mevrouw Den Hartog heeft verleend, hoewel daarin tot voor kort geen bezwaren werden gezien. De raadslieden moeten zich er evenwel bij neerleggen dat de Deken thans tot een andere afweging is gekomen dan die zij voor juist en wenselijk houden. De beroepsethiek voor advocaten brengt mee dat een dringend advies van de Deken wordt opgevolgd. De raadslieden zien geen ruimte om daarvan af te wijken.

De beslissing om de verdediging neer te leggen, valt zwaar. De raadslieden hebben het steeds als een bijzondere verantwoordelijkheid beschouwd in deze zaak aan Willem Holleeder rechtsbijstand te verlenen. Zij hebben steeds geprobeerd daaraan op een fatsoenlijke wijze vorm te geven. Het spijt de raadslieden bijzonder dat zij hem die bijstand niet meer kunnen verlenen. Op de zitting van 10 mei jongstleden heeft mr. Franken uitgesproken dat het voor de raadslieden ook moeilijk voorstelbaar is dat in elk geval binnen een enigszins afzienbare termijn in betekenisvolle rechtsbijstand voor Willem Holleeder kan worden voorzien.

In de afgelopen periode heeft mr. Franken ook persoonlijk moeten ervaren dat het lastig is te reageren op onjuiste beeldvorming, waarbij onwaarheden als feiten worden gepresenteerd. De geheimhoudingsplicht die voor advocaten geldt, brengt mee dat mr. Franken daar niet op in heeft kunnen gaan en dat hij dat ook nu niet kan doen. Slechts één onwaarheid kan, zonder schending van de geheimhoudingsplicht, worden benoemd: anders dan naar buiten is gebracht, is nimmer sprake geweest van een afspraak tussen de Deken en mr. Franken dat hij de verhoren van mevrouw Den Hartog niet zelf ter hand zou nemen maar deze verhoren zou overdragen. Een juiste voorstelling van zaken op dit punt is belangrijk, omdat moet worden voorkomen dat de onjuiste indruk kan ontstaan dat de raadslieden – om welke reden dan ook – moedwillig gemaakte afspraken hebben geschonden.

De raadslieden waren (en zijn) ervan overtuigd dat zij op een goede wijze de verdediging van Willem Holleeder hadden kunnen voeren. Dat zij die gelegenheid niet krijgen, wordt door hen ervaren als een nederlaag en als een capitulatie voor druk die op onjuiste feiten is gebaseerd. De raadslieden kunnen, gegeven het advies van de Deken, echter niet anders dan die nederlaag incasseren.

Mr. Franken zal de rechtsbijstand aan Willem Holleeder voortzetten in de ontnemingszaak van het zogenoemde Kolbak-dossier en in de cassatieprocedure van de zogenoemde Andes-zaak.

Over de inhoud van dit persbericht zullen geen nadere mededelingen worden gedaan.

Amsterdam, 11 mei 2016

Show Comments